
Wij volgen de kettingrokende dierenarts Roelof de Koning bij zijn gang door het leven en die van zijn metgezellen, babyboomers zoals hijzelf.
Auteur Tonnus Oosterhoff
Oorspronkelijke releasedatum 20 oktober 2015
Aantal pagina’s 400
EAN 9789023495741
Uitgever: De Bezige Bij
Tonnus Oosterhoff (1953) is dichter, schrijver en essayist. In 2012 ontving hij de P.C. Hooft-prijs. In 2022 is van dit boek ook een toneelbewerking gemaakt. De gelijknamige voorstelling wordt uitgevoerd door ’t Barre Land en De Nwe Tijd, een Nederlands-Vlaamse coproductie met vijf acteurs.
Flaptekst: In een rijkgeschakeerd mozaïek voert Tonnus Oosterhoff de ketting rokende dierenarts Roelof de Koning ten tonele. Wij volgen zijn gang door het leven en die van zijn metgezellen, babyboomers zoals hijzelf. Intussen wil deze ambitieuze roman door de bijzondere vertelwijze de chaos van het bestaan voelbaar maken. De toon is vitaal én wanhopig. De opbouw fragmentarisch; toch zijn er lange lijnen. De tekst ontroert, bedwelmt, stoot af, sleept mee, is langdradig, wekt de lachlust, verwart, zet aan het denken over de wereld… en treft de lezer ‘met het besef een broodkruimel te zijn op de rok van het universum’(Lucebert).
Recensie: Arjen Fortuin in NRC 27 november 2015. Benadrukt u de vredelievendheid of de wreedheid van dier en mens? Dat is de vraag in deze poëtische roman, beladen met dierenverhalen, droombeelden, mini-anekdotes en het leven van een dierenarts. In vierhonderd bladzijden tekst probeert Oosterhoff ‘de ruimte van het volledig leven’ te laten zien, waarbij de tegenstelling tussen mens en dier centraal staat.
In allerlei bestaande en verzonnen anekdotes (bijv. de Rotterdamse gorilla Bokito) wordt afwisselend de aandacht op harmonie en conflict tussen mens en dier gevestigd. Dierenartsen zijn in de literatuur maar zelden helden. Roelof de Koning leidt een bestaan als vele andere babyboomers: onopvallend op school, later zeer links en zich onderdompelend in seks en softdrugs. Tot nageslacht leidt dat allemaal niet, maar Roelof blijkt wel een zeer goede en consciëntieuze dierenarts: met een kalm oog voor de beesten die hij moet genezen of uit hun lijden moet verlossen. Bij zijn begrafenis wordt opgemerkt dat De Koning zelf veel op een dier leek, daarom kon hij zo goed met beesten omgaan. Dat maakt deze dierenarts bij uitstek geschikt voor de centrale rol in een roman die draait om de verhouding tussen mens (en dier) en wereld.
In zijn Verantwoording/nawoord somt de auteur een hele serie diverse bronnen op waaronder de “mondelinge informanten” Dick Scholten en Peter Koolmees.
Enkele fragmenten: ‘Een kat kan volgens de dierenarts van een prothese worden voorzien, nadat bij een aanrijding een van zijn pootjes verbrijzeld is. De bezitters zijn doodarm, maar hebben er toch achthonderd euro voor over om poes weer vier pootjes te geven. Twee weken later wordt het diertje op bijna dezelfde plaatst opnieuw overreden; dit keer is het dood’ (p. 31). ‘Een veearts heeft een ontgassingsbuis in een koe gestoken. Hij houdt om de boer te vermaken een aansteker bij het uiteinde ervan. Er volgt een steekvlam, de boerderij brandt tot op de grond toe af’ (p. 53). Op p. 128 wordt het practicum bacteriologie bij docent C. van Dorssen beschreven. Over een concurrent: ‘Van Royen, vrije vestiging. Hij maakt gelukkig veel fouten, dus hij gaat het niet lang uithouden. Hij heeft laatst een hele stal voor griep laten enten maar het was longworm. Dan heeft hij niet goed koorts opgenomen’ (p. 158). Over Roelof de Koning: ‘Ik heb nog met hem gestudeerd. Hij was goed hoor. Hij keek goed! Hij kreeg een hond om te diagnosticeren, die voel je dan af met je handen, hè? Toen zei hij: “Hij heeft een gat in zijn hoofd.” “Verrek, je hebt gelijk!”, zei de professor die hem tentamineerde. Dat had ie zelf nog niet ontdekt’ (p. 357). ‘Een te klein schedeltje. Veel van deze Pim Fortuynhondjes verrekken hun leven lang van de koppijn. Want van de fokvereniging mag het schedeltje niet te groot zijn. Die fokkers gun ik goddomme alle raskenmerken die ze bij hun lievelingetjes kweken’ (p.370).
Oosterhoff wordt gezien als een postmoderne experimentele schrijver. Voor de gemiddelde lezer zal het wennen zijn aan de schijnbaar chaotische manier van het opsommen van feiten verhalen, anekdotes, nieuwsflarden en gedachtenspinsels. Het vereist aandacht om tussen al die korte fragmenten en experimentele gedichten door de hoofdlijn van de levensloop van fictieve dierenarts Roelof de Koning (ca. 1948- ca. 2015) te volgen. Die is overigens zeer realistisch weergegeven; veel dierenartsen zullen het geschetste beeld van de studietijd aan de Biltstraat, diverse personages en allerlei praktijksituaties uit de gemengde veterinaire praktijk goed herkennen. Daarnaast wordt door middel van allerlei feiten en verhalen de veranderende mens-dier relatie in de periode ca. 1975-2015, alsmede de gevolgen daarvan voor de veterinaire praktijk, goed uiteengezet.
Na Vlimmen is dit in het Nederlands taalgebied een van de zeldzame romans over een dierenarts. Uiteraard is de stijl van Oosterhoff compleet anders dan die van Roothaert, maar zijn poging om een realistisch beeld van een dierenarts te schetsen kan zonder meer net zo geslaagd worden genoemd.
PK
